De 10 ISES trainings richtlijnen | ISES 10 First Training Principles

Welzijn van paarden en mensen is afhankelijk van training- en managementmethodes die het volgende omvatten:
Human and horse welfare depend upon training methods and management that demonstrate:

Dit zegt ISES zelf over de wetenschappelijke benadering van de rijkunst: ISES promoot objectief, op onderzoek gebaseerd begrip omtrent het welzijn van paarden tijdens training en competitie. Dit doet ISES door het toepassen van valide, kwantitatieve wetenschappelijke methodes welke kunnen identificeren welke trainingstechnieken (in)effectief zijn of kunnen lijden tot aantasting van het welzijn van het paard. Deze tak van wetenschappelijk onderzoek gebruikt een multidisciplinaire benadering om onderzoek te doen aan en dus inzicht te geven in het trainen van het paard bijvoorbeeld vanuit het perspectief van leertheorie waardoor antropomorfisme en door emotie gemotiveerde training vermeden wordt.

Noot van de ontwikkelaars van WOW | Deze richtlijnen zijn GEEN methode maar in samenhang beschrijven ze de praktische richtlijnen gebaseerd op wetenschappelijke kennis die ten grondslag ligt aan de essentiële basisbehoeften en leren door dieren.[1]

[1] In de Nederlandse vertaling zijn soms toelichtingen aangebracht herkenbaar doordat ze geschreven zijn in italic

1. Geef rekenschap aan alle aspecten rondom veiligheid van mens en paard.
Hou rekening met de grootte van het paard, zijn kracht en vlucht reacties. (H)erken vluchtgedrag, vechtgedrag en/of staakgedrag (verstijven, stokstijf stilstaan ‘bevriezen’) in een vroeg stadium. Minimaliseer het risico op het veroorzaken van pijn, gebrek, behoefte, of letsel. Zorg dat mens en paard fysiek en mentaal ‘matchen’.

1. Regard for human and horse safety
By acknowledging the horse’s size, power and flightiness | By learning to recognise flight/fight/freeze behaviours early. By minimising the risk of causing pain, distress or injury | By ensuring horses and humans are appropriately matched.

2. Geef rekenschap aan de natuurlijke, soort specifieke, behoeftes van het paard.
Door tegemoet te komen aan de natuurlijke (essentiële) basisbehoeften van een paard zoals (semi- permanent) foerageren, (dagelijkse) vrije beweging en soorteigen gezelschap (24 uur per dag).Door sociale behoefte van het paard te respecteren.Door rekenschap te geven aan het feit dat menselijke acties en plotselinge bewegingen dreigend kunnen overkomen op het paard. Door af te zien van het gebruik van dominante uitingen tijdens interacties.

2. Regard for the nature of horses
By meeting horse welfare needs such as foraging, freedom and equine company | By respecting the social nature of horses. By acknowledging that horses may perceive human movements as threatening | By avoiding dominance roles during interactions.

3. Geef rekenschap aan de mentale en sensorische vermogens van paarden.
Door te erkennen dat paarden anders denken, zien en horen in vergelijking tot mensen. Beperk daarom trainingssessies tot het minimaal noodzakelijke. Overschat noch onderschat de mentale vermogens van het paard.

3. Regard for horses’ mental and sensory abilities
By acknowledging that horses think, see and hear differently from humans | By keeping the length of training sessions to a minimum. By not overestimating the horse’s mental abilities | By not underestimating the horse’s mental abilities.

4. Geef rekenschap aan de emotionele staat van het paard.
Door te erkennen en te begrijpen dat paarden bewust voelende wezens zijn, die in staat zijn tot lijden. Moedig daarom positieve emotionele gemoedstoestanden aan. Erken het feit dat consequent handelen het paard optimistisch maakt over de uitkomst van volgende trainingsresultaten. Door het voorkomen van pijn, ongemak en/of het oproepen van angst.

4. Regard for emotional states
By understanding that horses are sentient beings capable of suffering | By encouraging positive emotional states | By acknowledging that consistency makes horses optimistic for further training outcomes | By avoiding pain, discomfort and/or triggering fear.

5. Maak op correcte wijze gebruik van desensitisatie methodes.
Door te leren hoe desensitisatie technieken correct kunnen worden uitgevoerd: systematische desensitisatie, over-schaduwen, her-conditionering en selectieve bekrachtig. (door gebruik te maken van een coach met gedegen kennis van verschillende desensitisatie technieken.)
Door het gebruik van “flooding” (= paard in gedwongen te overspoelen met ongewenste stimuli) te voorkomen (voorbeeld: paard dat angstig is voor varkens in en varkenstal te zetten tussen de varkens)

5. Correct use of desensitisation methods
By learning to apply correctly systematic desensitisation, over-shadowing, counter-conditioning and differential reinforcement.
By avoiding flooding (forcing the horse to endure aversive stimuli).

6. Maak correct gebruik van Operante Conditionering (leren door ‘toeval’ en beloning).
Door te begrijpen dat paarden gedrag herhalen of vermijden gebaseerd op de consequenties die het gevolg zijn van het uitgevoerde gedrag .
Door druk (aanraking) weg te halen op het moment dat het gewenste gedrag aanvangt.
Door de de tijd die verstrijkt tussen het begin van het gewenste gedrag en het geven van de beloning (de bekrachtiging) te minimaliseren.
Door het combineren van verschillende (typen) beloningen voor hetzelfde gewenste gedrag.
Door straffen te vermijden.

6. Correct use of operant conditioning
By understanding that horses will repeat of avoid behaviours according to their consequences
By removing pressures at the onset of a desired responses.
By minimising delays in reinforcement
By using combined reinforcement
By avoiding punishment.

7. Maak correct gebruik van klassieke conditionering (associatief leren, verbanden leggen).
Door te erkennen dat paarden makkelijk verbanden leggen tussen stimuli (acties of gebeurtenissen).
Door altijd een licht signaal (bijvoorbeeld signaal van de zit of een halve ophouding) steeds voorafgaand aan een ‘wijken voor druk signaal’ te gebruiken.

7. Correct use of classical conditioning
By acknowledging that horses readily form associations between stimuli.
By always using a light signal before a pressure-release sequence.

8. Maak correct gebruik van de stap-voor-stap benadering
Door de training van het gewenste gedrag op te breken in de kleinst mogelijke, voor het paard zeer haalbare stappen en daarbij elke volgende stap te bevestigen geef zo geleidelijk vorm aan het gewenste gedrag.
Door de context te veranderen (trainer, locatie, signaal), en telkens maar één element aan te passen.
Door de training zo te plannen dat de volgende stappen voor de hand liggend en gemakkelijk zijn.

8. Correct use of shaping
By breaking down training into the smallest achievable steps and progressively reinforcing each step toward the desired behaviour.
By changing the context (trainer, place, signal), one aspect at a time
By planning the training to make it obvious and easy.

9. Maak correct (consequent) gebruik van signalen, cue’s, hulpen.
Door ervoor te zorgen dat het paard duidelijk het verschil kan opmerken tussen het ene signaal en een ander signaal.
Door ervoor te zorgen dat één signaal maar één betekenis heeft.
Door de timing van de signalen in het ritme van de bewegingsfases van de benen te geven.
Door te voorkomen dat er tegelijkertijd meerdere signalen gegeven worden voor verschillende acties.

9. Correct use of signals or cues
By ensuring the horse can discriminate one signal from another | By ensuring each signal only has one meaning By timing the signals with limb biomechanics | By avoiding the use of more than one signal at the same time.

10. Train ’zelf gedragenheid’ – het op eigen benen lopen
Door het paard te leren zelfstandig door te gaan in een bepaalde gang (stap, draf, galop); tempo, paslengte en richting (door te blijven lopen zonder onophoudelijke signalen van de zit, de benen of de teugels.) Door gewenste hoofd-, hals- en lichaamshoudingen te leren volhouden.
Door te vermijden onder druk (of krachtig inwerken) een bepaalde houding te forceren of de houding te onderhouden door onophoudelijke herhalingen van de hulpen.

10. Regard for self-carriage
By training the horse to maintain gait, tempo, stride length, direction, head, neck and body posture. By avoiding forcing a posture or maintaining it through relentless signalling (nagging).

×
×

Winkelmand